ZORG- EN VEILIGHEIDSHUIS

Een naam die de lading dekt

Het Veiligheidshuis in Noord-Holland Noord is het ‘Zorg- en Veiligheidshuis’ geworden, maar volgens hoofd Anton Wildöer verandert dit niks aan de werkwijze. Sterker nog, de nieuwe naam is historisch correcter. “We hebben altijd zorg en veiligheid met elkaar gecombineerd.”

Het Veiligheidshuis is indertijd toch wel opgezet om met name mensen met een criminele achtergrond te begeleiden?

“Als je bedoelt dat onze doelgroepen voornamelijk ex-gedetineerden, veelplegers daders van huiselijk geweld en criminele jeugd waren, klopt dat. Maar al vrij snel begrepen we dat je problemen bij mensen niet oplost in het strafdomein, maar in de zorg. We hebben altijd al een flinke zorgcomponent in onze aanpak verwerkt. Zelf pleit ik al lang voor deze naamsverandering, omdat het beter weergeeft wat wij doen.”

Wat is voor jou de kern van het Zorg- en Veiligheidshuis?

“De kern is dat je onderkent dat sommige mensen worstelen met problemen op meer leefgebieden en dat er dan ook in een gezamenlijke aanpak oplossingen gevonden moeten worden. Binnen die dynamiek heeft het Zorg- en Veiligheidshuis een coördinerende rol. Kun je deze groep succesvol aanpakken, dan verminder je de overlast die de samenleving van hun gedrag ondervindt.”

De casussen worden complexer. Vooral het aandeel met een verhoogd risicoprofiel - de 1% groep - is een uitdaging.

Wat zijn de ontwikkelingen die je ziet?

“Radicalisering is een actueel thema, niet alleen bij de Islam, maar tegenwoordig ook in de extreem rechtse hoek. Daarachter gaat veel GGZ-problematiek schuil. De ‘high impact crimes’ – criminaliteit met een grote impact op het publiek zoals overvallen - nemen af. Daar hebben we met elkaar stevig op ingezet, en dan boek je ook resultaat, zo blijkt. Daar moeten we ons aan vasthouden bij een andere trend die zich de laatste jaren aftekent. Het aantal personen met verward gedrag dat een veiligheidsrisico vormt neemt toe. In die categorie komt er ook steeds meer casuïstiek op ons bordje terecht.”

Wat maakt deze zaken lastig?

“De multiproblematiek natuurlijk. En het feit dat de personen zelf vaak niets willen. Het is constant zoeken naar manieren om ze in beweging krijgen. Lukt dat nog met een klemmend beroep of is er meer nodig? Drang of dwang? De casussen worden complexer. Vooral het aandeel met een verhoogd risicoprofiel - de 1% groep - is een uitdaging. Sinds zorginstellingen geen long stay meer hebben, kunnen we daar niet meer terecht. Het beleid is om deze patiënten zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te behandelen, maar daarvoor hebben we nog niet alle geschikte voorzieningen.”

Hoe ga je daarmee om?

“Door met elkaar in gesprek te blijven en je vast te bijten in het zoeken naar een oplossing. De samenwerking met partijen zoals de GGZ is op zich goed. Maar je moet scherp blijven op de communicatie, ook om te voorkomen dat die heggen tussen afdelingen en organisaties weer dichtgroeien. Daar ligt een voorname taak voor het Zorg- en Veilgheidshuis. Als procesbegeleider moeten wij de verbinding blijven aanjagen.”

Wat geeft jou voldoening?

“Als blijkt dat we iemand echt kunnen helpen door de krachten te bundelen, zoals laatst met een meisje die onder druk van een jongen seksueel normafwijkend gedrag vertoonde. Door allerlei raderen te laten bewegen hebben we haar uit die ongezonde situatie kunnen halen. Zonder overleg was dit niet gebeurd.”