Het veld in!

Nieuwe fase project Aanpak verwarde personen met een veiligheidsrisico

Hoe ga je als samenleving om met verwarde mensen die een veiligheidsrisico vormen? Het antwoord op die vraag is in Noord-Holland Noord na een brede inventarisatie onder betrokken partijen gevonden in een persoonsgerichte aanpak van het stevigste soort. “Je moet deze categorie met elkaar vastpakken, niet meer loslaten en in onorthodoxe oplossingen durven denken.”

Daarmee is het project ‘Aanpak verwarde personen met een veiligheidsrisico’ in een nieuwe fase terechtgekomen. Tijd om zo’n intensieve begeleiding in de praktijk te toetsen. In dat verband zijn in een pilot in de veiligheidsregio circa 40 complexe casussen geselecteerd, waarvoor samen met gemeenten en ketenpartners een persoonsgerichte aanpak (PGA) wordt ontwikkeld.


“Kernelementen in deze aanpak zijn een gemeenschappelijke casusanalyse, langdurige procesregie, intensieve monitoring van de casus (levensloopbenadering) en maatwerk. Hiervoor werken professionals uit het gehele zorg- en veiligheidsdomein nauw met elkaar samen onder coördinatie van het Zorg- en Veiligheidshuis”, legt projectleider Arjen Witteveen uit.

Wonen in een parkeergarage

Inmiddels zijn de eerste casusoverleggen gestart. Daaronder ook de situatie van een man die ‘woont’ in een parkeergarage, niet te bewegen is om naar de dak- en thuislozenopvang te gaan, zijn behoeften ter plekke doet, schoonmakers uitscheldt of bedreigt en een ongemakkelijk of onveilig gevoel veroorzaakt bij voorbijgangers. “Daardoor moet de politie regelmatig langskomen en zijn er beveiligers ingeschakeld, terwijl je het probleem mogelijk voor een deel al oplost met een antikraakwoning of caravan voor zo iemand”, aldus Anne Judith Apeldoorn, projectleider maatwerkwerkvoorzieningen bij het Zorg- en Veiligheidshuis.


De functie van Anne Judith is nieuw en vloeit voort uit een andere bevinding uit het eerder genoemde onderzoek (vastgelegd in het rapport Van fragmentatie naar samenhang). Cruciaal in het succes van een persoonsgerichte aanpak is volgens haar het kunnen aanbieden van de juiste (woon- en verblijfs)voorzieningen.


“Ik heb het maatschappelijke net opgehaald en alle bedden in klinieken, specifieke woonvormen en opvangplekken in de regio in kaart gebracht. Dat heeft geleid tot een sociale kaart. Deze gaan we matchen met de 45 casussen. We weten nu al dat we een deel van de pilotgroep over zullen houden, waarvoor binnen de regio geen passende voorziening is. De mooiste uitdaging wordt om die wél te realiseren. Hetzij door gebruik te maken van bestaande woonvoorzieningen met aangepaste begeleiding, hetzij door het ontwikkelen van nieuwe woonvormen zoal skaeve huse en tiny houses. Echt maatwerk dus. Hiervoor trekken we op met gemeenten en ketenpartners.”

"We pakken mensen beet en laten niet meer los. Dat is nieuw en spannend."

Flexibiliteit en lef

Hoe vaak ketenpartners samenkomen rond een casus zal per individueel geval verschillen. Daar maken zij zelf afspraken over. Wat het beste werkt’, benadrukt Arjen Witteveen. “Belangrijk is dat we afscheid nemen van de ad-hoc aanpak van hiervoor, waarbij we vooral brandjes aan het blussen waren. Met een PGA opereren we gestructureerder en vanuit een gedeeld perspectief. In het volle besef dat trajecten soms wel vijf jaar of langer kunnen duren. We pakken mensen beet en laten niet meer los. Dat is nieuw en spannend. Het vereist samenhang, out-of-the-box denken, flexibiliteit, het vermogen om in scenario’s te denken en lef bij professionals, beleidsmakers en bestuurders.” En Anne Judith waarschuwt: “Ook moeten we niet achterover gaan leunen als een casus goed gaat of uit beeld is. Juist dan is het verstandig om een vinger aan de pols te houden, zodat direct actie ondernomen kan worden als er signalen zijn dat het weer dreigt mis te gaan.”


De pilot duurt tenminste tot 1 oktober 2020. Daarna zal een evaluatie plaatsvinden en een vaste werkwijze worden ontwikkeld, die breder kan worden ingezet. Arjen: “We hebben regionaal 147 unieke personen geïdentificeerd die voor een PGA in aanmerking komen.”

Recentelijk is een brief over de voortgang van het project verstuurd naar alle ketenpartners.

Daarnaast is ook een artikel gepubliceerd in verschillende edities van het NHD.