RONDETAFELGESPREK 7


Elke melding direct in
de juiste knikkerbak

Behoefte aan goede triage in een zo vroeg mogelijk stadium

“Ziet u het al voor u? Mee met de ambulance omdat iemand de radio veel te hard heeft staan?” Astrid Brugman, manager ambulancezorg Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, schetste in haar rapportage over de tafel 'passend vervoer' het belang van goede triage in een zo vroeg mogelijk stadium.

En zij was niet de enige. Bij vrijwel elke tafel kwam het op de bijeenkomst van 10 september wel een keer voorbij. Eigenlijk zou na het eerste telefoontje al duidelijk moeten zijn hoe de situatie precies is en welke hulp vereist is. Zo ver is het nog niet, maar de eerste stappen worden gezet. GGZ NHN en GGD Hollands Noorden starten een pilot met twee telefoonnummers die 24/7 bereikbaar moeten zijn: een nummer voor cliënten die in zorg zijn, en een ander voor personen die dat niet zijn. Daarnaast zijn er plannen voor een landelijk meldnummer met regionale modules.

Dennis Overgaauw en Henk Middeljans, beiden werkzaam bij de Veiligheidsregio en in die hoedanigheid nauw betrokken bij de dagelijkse praktijk, gaven aan hoe essentieel het is om direct de juiste partners te kunnen oproepen. “Wij zijn degenen die ter plaatse komen. Moet de politie erbij? Liander? Misschien de Dienst Speciale Interventies, die jongens met die zwarte mutsen op? Het beste zou zijn om direct al bij de alarmering van de meldkamer mee te geven welk scenario gewenst is. En het liefst dan nog drie scenario's: de best case, de real case en de worst case.”

"Wat er volgens ons moet komen, is een multi-operationeel plan voor alle hulpdiensten – een plan waarin we allemaal dezelfde taal spreken"

Maar dan hebben ze het over een recent praktijkgeval waarbij ze hebben moeten opschalen. Wat de voorkeur heeft, is de-escaleren, vertellen ze. “In die voorbeeldsituatie wilde de politie de cliënt al weghalen. De GHOR, de medische tak van de veiligheidsregio, koos voor onderhandelen. Toen zijn alsnog de GGZ en de GGD erbij gekomen. Maar we willen de zorgpartijen er al in een veel vroeger stadium bij hebben. Wat er volgens ons moet komen, is een multi-operationeel plan voor alle hulpdiensten – een plan waarin we allemaal dezelfde taal spreken.”


In de oude situatie was het de politie die bij een melding van verward gedrag ter plaatse kwam. Dat is nu niet meer het geval. Niet omdat ze dat niet meer wil, al speelt de capaciteit wel een rol, aldus hoofdinspecteur Jur Zondervan, maar vooral omdat er meestal geen sprake is van een strafbaar feit.
“Vaak is het een psychiatrisch – dus medisch – probleem”, verklaart Astrid Brugman. “Dan is het alternatief de ambulance. Maar dat is vaak niet nodig. Vandaar dat we tot de diligence zijn gekomen. Het is voor de persoon in kwestie veel fijner om rustig in een onherkenbare auto mee te gaan. Bovendien gaan we dan efficiënter om met de beschikbare middelen.”


Martin Smeekes, directeur van de veiligheidsregio, noemt de komst van de diligence een enorme stap vooruit. Maar een oplossing voor de triage heeft hij nog niet. “Wat we willen, is dat elke melding direct in de juiste knikkerbak terecht komt.” Brugman verzucht:

“Het is een gezamenlijk probleem, maar we hebben nog geen gezamenlijke oplossing. Gelukkig zijn wel goede gesprekken gaande.”