RONDETAFELGESPREK 1

"Niemand greep in. Ze dachten niet dat ik
een gevaar vormde voor mezelf of anderen"


ERVARINGSDESKUNDIGE JOHN WALLAART

John Wallaart weet hoe het voelt om 'verward' te zijn – en daar kan hij helder over vertellen. Hij werkte onder meer als ervaringsdeskundige voor Roads en GGZ NHN en zet zich al jaren in voor De Hoofdzaak. Ook gemeenten zouden veel meer gebruik kunnen maken van ervaringsdeskundigheid, zegt hij.


Hij had altijd al last van pieken en dalen. Maar pas twintig jaar geleden werd bij John Wallaart (56) een bipolaire stoornis vastgesteld. Hij kreeg een antidepressivum voorgeschreven – en ging stemmen horen. “Ik was eenzaam en ervoer die stemmen als positief, maar mijn psychiater dacht daar heel anders over”, vertelt hij. “Na een conflict met haar konden we niet meer samenwerken. Toen heb ik tweeënhalf jaar psychotisch rondgelopen. Kreeg wanen, hoorde stemmen. Ik kon het redelijk verbergen, maar mijn ouders zagen wel hoe ik eraan toe was. Ze trokken aan de bel bij de toenmalige Riagg en bij de politie, maar niemand greep in. Ze dachten niet dat ik een gevaar vormde voor mezelf of anderen.”


Tot het op een koude winterdag helemaal verkeerd ging. Hij wilde vanuit Alkmaar terug naar huis in Hoorn, maar had geen geld voor de trein en besloot te gaan lopen. “Onder invloed van de stemmen heb ik die avond op verschillende manieren geprobeerd mezelf van het leven te beroven. Ik dacht minderwaardig over mezelf.”

Bebloed, koud, nat en in de war kwam hij uiteindelijk aan bij zijn ouders, die hem direct naar het ziekenhuis brachten. Daar kreeg hij medicatie die aansloeg. “Binnen drie dagen waren de stemmen verdwenen en na drie weken stond ik weer buiten.”


In het begin nam hij zijn medicatie niet altijd even serieus, en ook als hij bijvoorbeeld ging solliciteren liet hij de pillen staan. “Ik wist dat ik dan helderder was. Maar na een paar dagen gaat het tegen je werken, dan keren de stemmen terug en luister je niet meer naar raad. Op het dieptepunt had ik wel vijftig stemmen in mijn hoofd, met nog maar twee of drie positieve. Je word geleefd en mist je eigen stem. In de afgelopen twintig jaar heb ik in totaal zes keer zo'n periode gehad. Nu weet ik dat ik mijn medicatie moet blijven slikken, goed op mezelf moet letten en op tijd mijn rust nemen.”


Inmiddels werkt Wallaart al jaren als ervaringsdeskundige. Twaalf jaar geleden deed hij een training bij De Hoofdzaak en kon snel daarna aan de slag als projectleider bij de dagopvang van Roads, een organisatie die mensen begeleidt en helpt bij reïntegratie. Vervolgens werkte hij, eveneens in een betaalde functie, als ervaringsdeskundige bij GGZ NHN. “Door rugklachten ben ik er uiteindelijk uit geraakt en nu zet ik mezelf als vrijwilliger in, onder meer bij De Hoofdzaak, waar ik overigens altijd bij betrokken ben gebleven.”

“Zowel Roads als GGZ NHN nemen ervaringsdeskundigheid heel serieus, maar bij gemeenten is de meerwaarde daarvan nog niet doorgedrongen”

“Zowel Roads als GGZ NHN nemen ervaringsdeskundigheid heel serieus, maar bij gemeenten is de meerwaarde daarvan nog niet doorgedrongen”, constateert Wallaart. Ik heb in het verleden in de bijstand gezeten en nam toen deel aan cliëntoverleg. We kregen cursussen zodat we in het werk konden groeien. Maar dat is allemaal wegbezuinigd. Nu lijkt het idee te overheersen: wij weten het. Wat me ook opvalt, is dat verwarde personen vooral als dader worden gezien. Terwijl in de praktijk ruim vijfennegentig procent van de mensen met een psychische kwetsbaarheid geen dader, maar slachtoffer is.”


Het grote pluspunt van goed opgeleide ervaringsdeskundigen is dat zij sneller het complete beeld zien, zegt Wallaart. “Ik heb verscheidene opleidingen gevolgd waardoor ik als het ware de collectieve ervaring heb vergaard. Ik weet niet alleen uit eigen ervaring wat

iemand doormaakt die paranoïde is of die een eind aan zijn leven wil maken. Ik weet wat bipolariteit is, maar ik ken ook de verhalen van autisme, van psychiatrische beelden. Ik ken wel vijfhonderd verhalen.”

Hij is blij met de komst van een landelijk meldnummer dat burgers kunnen bellen als ze zich zorgen maken. “Ik zou niemand adviseren om er zelf op af te gaan, zonder deskundigheid, want je weet niet hoe een persoon met verward gedrag reageert. Zelf heb ik nooit een vlieg kwaad gedaan, maar ik ben wel een man van 1 meter 90 en ik weet dat mijn ogen alle kanten opschieten in periodes dat het niet goed met me gaat. Ik kan me voorstellen dat het bedreigend overkomt als je zo gespannen rondloopt. Maar dat buurtgenoten in zo'n periode eens de ruiten van mijn huis hebben ingeslagen en huisraad van me op straat hebben gegooid... Gelukkig komt er dan nu zo'n telefoonnummer. Hopelijk gaat de organisatie die dat nummer beheert ook gebruik maken van ervaringsdeskundigheid.”

Wallaart denkt dat de groei van het aantal personen met verward gedrag niet los staat van de veranderingen in het sociale domein en de invoering van de WMO. “Er is enorm geschaafd, en mensen met een toch al laag inkomen hebben meer kosten gekregen. Geldproblemen zijn een risicofactor, dat wordt nu wel erkend. Financiële zorgen zijn een belangrijke oorzaak van stress – en dat kan verward gedrag opleveren.”